Kleine camper obstakels...

Dit is een post waar ik al een tijdje mee bezig ben. Ik heb dit geschreven in meerdere zittingen omdat het mij gewoon zo frustreert. Ik schaam me alleen lichtelijk aangezien ik al kan horen wat mensen ervan vinden. Ik heb dit bericht een paar keer geschreven en ik blijf het opnieuw doen omdat ik mezelf blijf verantwoorden tegenover iedereen. En dat slaat helemaal nergens op. Dus ja, je gaat waarschijnlijk een mening hebben over mijn volgende verhaal, maar ik heb besloten daar geen waarde aan te hechten. Ik heb er al genoeg over lopen malen. Ja er zijn dingen ‘fout’ gegaan maar hey dat maakt de reis alleen maar bijzonderder om achteraf aan iedereen te vertellen. Hoe saai zou het zijn als ik thuis kom zonder echte verhalen.

Marcell en ik hebben een camper gekocht zoals we ondertussen wel weten. De camper was echt mijn baby, mijn nieuwe huisje. Maar de laatste tijd had ik ‘m liever in de fik gestoken. Deze camper heeft wat mankementen tot nu toe. Ik ben erachter gekomen dat de accu oud is; naar mijn weten hadden we dit niet kunnen weten voor de aankoop. Ook is de schakelbak niet best. Hij schakelt heel soepel van 1 naar 2 naar 3, maar naar 4 en 5 duurt wat langer. We hebben weldegelijk een testritje gedaan, maar hier in Australië kun je niet zomaar even snel de snelweg opzoeken en dan weer makkelijk terugkomen binnen korte tijd. Dus we hebben niet kunnen testen of hij weldegelijk 100 km per uur zou kunnen rijden, wat hij dus overigens wel kan, alleen hij komt er moeizaam. En dan nog zo’n leuk dingetje: het dak lekt. Marcell denkt dat hij dat is geweest toen hij een parkeergarage in wilde rijden die te laag was. Ik denk dat het lek op een andere plek zit dan waar hij hem mogelijk geraakt zou hebben. Dus dat kan het niet zijn geweest. Dat frustreert me het meest; ik heb nu al drie keer geprobeerd dat lek te fixen, maar ik kom er niet goed bij. Maar goed, we gaan een nieuw dakraam erin zetten, het is dus uiteindelijk een easy fix. Alleen het irritante is gewoon dat ik het niet nu kan fixen omdat we het dakraam nog niet hebben.

 

Dit zijn allemaal mankementen waarvan ik zou zeggen dat twee niet-technische mensen het niet van tevoren hadden kunnen weten. En op zich, dit gaat heel stom klinken, vind ik het best chill dat we dit allemaal moeten laten fixen. Ja, het zijn extra kosten die we anders misschien niet gehad hadden. Maar aan de andere kant: als we een andere auto hadden die deze problemen niet had en later onderweg wel dit soort mankementen ging vertonen, had ik het erger gevonden. Nu hebben we een auto waarvan ik zeker ben dat alles wat mis was gefixt is vlak voor we weggaan.

Hij staat namelijk nu bij de monteur na ontzettend veel gezeik. Tot twee keer aan toe konden we hem ’s ochtends niet bij de monteur krijgen door 1. accuproblemen en 2. vastgeklampt remmen…

 

Oh mijn god, die remmen waren zo’n gekloot. We wilden een dag de auto pakken naar Mission Beach om te zwemmen. Ik start de auto, alles prima, dus ik zet hem in zijn achteruit: geen beweging. Ik kijk Marcell aan en ik zeg al tegen hem: “ik voel dat het rechterwiel niet wil, links wel, maar het is alsof rechts nog op de handrem staat”. Maar goed, de auto gaf dus geen krimp, goed kut. We hebben er die dag verder niet meer naar gekeken omdat we er bijna klaar mee waren met al dat gezeik rond die auto. Maar woensdag stond de auto gepland voor een servicebeurt hier bij de monteur. Dus hij moest wel bewegen. Maandag hebben we er weer naar gekeken. We hebben vijf man zover gekregen om te helpen met duwen om hem zo uit zijn voegen te krijgen. Maar ook toen gaf de auto nog steeds niets mee. Dit was toch wel het punt dat we goed begonnen te stressen. Marcell werkt met auto’s, dus ook met monteurs. Dus we hadden zijn supervisor gebeld of hij ons kon helpen in enig opzicht. In eerste instantie kwam die aanzetten met een krik om de auto op te krikken, een krik die voor normale auto’s is bedoeld. Ik kan je vertellen: die houdt een camperbusje niet. Maar toen kwam hij met het idee om een vriend van hem te bellen, een ‘monteur’. Deze monteur was een bijzonder geval; de beste man had halve vingers, waarschijnlijk doordat hij dingen opblaast of door vuurwerk. Maar goed, halve vingers doen goed werk, want na drie uur onder de auto te hebben gelegen en heen en weer te hebben gereden voor onderdelen, had hij de auto weer in beweging. Het volledige wiel moest eraf en de remschoen ook. Ik hoor je denken ‘what the fuck is dat’, ik dacht hetzelfde. Ik heb nog steeds geen idee, ik weet wel dat het het onderdeel is wat je ziet als je je wiel eraf haalt. Maar goed, blijkbaar als je je handrem gebruikt, zit er iets in die remschoen dat zichzelf steeds iets harder aantrekt. En we waren nu op het punt aangekomen waar hij zichzelf te ver had aangetrokken en dus gefixt moest worden. De monteur heeft het van binnen omgebogen zodat we ermee naar de garage konden rijden.

En dat is waar we nu zijn: de monteur. De auto is bij de garage, eindelijk, voor de servicebeurt. De monteurs hebben een tussentijds belletje gegeven over de dingen waarvan we al wisten dat ze gefixt moesten worden, dingen die buiten de service vielen. We hebben nu groen licht gegeven om alles te laten fixen en als het goed is hebben we komende week dus weer een auto die het doet!

 

Kortom: ja, het is kut dat we van alles moeten laten fixen. Maar nu weten we wel voor we er echt op uit gaan dat we allemaal nieuwe spullen in de auto hebben. Nieuwe remmen, nieuwe accu en nog meer waarvan ik geen verstand heb. En een handige bijkomstigheid: ik heb geleerd hoe ik de auto jumpstart in mijn eentje. We hebben namelijk een soort powerbank die de accu kan jumpstarten en zo heb je dus geen andere auto nodig. Ontzettend handig voor mensen met sociale angst!

Ergens is dit ook het handig om uit te vogelen samen en niet in mijn eentje. Ik ben er nu wel achter wat voor persoon Marcell is in dit soort stressvolle situaties. Marcell en ik zijn precies hetzelfde wanneer het moeilijk wordt. We kunnen of opkrullen in een balletje, alles uit onze handen laten vallen en de meest depressieve kijk op het leven geven. OF we proberen er positief in te staan, geven de hands on aanpak en proberen het probleem te fixen. Handig is wel tot nu toe is het zo gegaan dat als de één er negatief in staat de ander er positief in staat. Gaat misschien raar klinken maar dit is zo iets goeds voor mij. want ik heb het idee dat ik leer met problemen om te gaan op een andere manier dan dat ik normaal gesproken zou doen. Normaal gesproken heb je alleen te maken met jezelf dus boeien als je een hele dag over een probleem loopt te meuten in je bed zonder het uiteindelijk te fixen. Maar heb ik niet alleen met mezelf te maken. Ik kan niet van iemand anders verwachten dat diegene alle problemen maar voor mij fixt. Dus ook dit is ontwikkeling in mijzelf tijdens mijn reis! Jongens ik kom terug als een nieuw persoon, daar word je bang van.

Positief nieuws: we hebben nog maar een maand! Het plan is om de 10e van april weg te gaan, dat houdt in dat we de 18e (mijn verjaardag) in Uluru kunnen zijn! Hoe ziek. Dan gaan we vanaf Uluru richting Broome, van Broome naar beneden naar Perth, richting Melbourne en dan eindigen we in Tasmanië. Goede route voor de komende maanden. Het plan was om dit in de komende 5 maanden te doen, zodat we klaar zijn om in september weer naar huis te gaan, aangezien mijn visum verloopt in september. Maar surprise surprise: ik wil niet weg en ik gok dat dat niet gaat veranderen de komende maanden.

Ik ben zo verliefd geworden op het reizen dat ik er niet aan moet denken om naar huis te komen om een alledaags leven te leiden. Ik kan me gewoon niet voorstellen om weer naar huis te komen om vervolgens elke dag naar mijn saaie alledaagse baan te gaan om mijn geld te verspillen aan volwassen dingen zoals een huis, auto, etc.

Ik mis thuis wel echt enorm. Nou ja, niet per se thuis, maar meer de mensen, de activiteiten die ik thuis deed en holy fuck: bepaald eten en drinken… Ik zou zo graag mijn moeder weer een knuffel geven, een avondje kaarten op het terras van waar ik werkte. Of dingen zo simpel als mijn broodje carpaccio van Café de Paris, Fristi, brood. Ik word zo lijp chagrijnig van het brood hier. Wat de mensen hier brood noemen is zacht; alles is zacht: stokbrood, pistoletjes, keizerbroodjes. Als er iets is waar ik van houd, dan is het wel brood. Normaal brood. Maar dat kennen ze hier dus gewoon niet, achterlijk. Maar goed, ik houd toch net iets meer van de reis die ik tot nu toe aan het maken ben dan dat ik van brood houd.

 

Verwacht mij binnenkort dus nog maar niet in ons koude kikkerlandje. Ik heb mijn plekje hier gevonden. Zelfs de Australische mensen die ik hier heb ontmoet, proberen mij uit te huwelijken zodat ik hier kan blijven. Als het aan mij en blijkbaar de Australiërs hier ligt, kom ik dus nog even niet terug.