Tully

Daar ben ik weer, terug van weggeweest. Ik zit op dit moment in Tully, waar de wifi te slecht is om de blog bij te kunnen werken. Dus ik schrijf dit nu wel, maar kan het waarschijnlijk niet posten tot over een aantal weken of maanden. Wat helemaal kut is natuurlijk, maar goed, we moeten het er maar mee doen.

Zoals ik zei: ik zit op dit moment in Tully, een heel klein dorpje aan de East Coast. Ik ben hierheen gegaan omdat ik hier een “working hostel” had gevonden. Een working hostel houdt in dat je in een hostel zit waar het personeel je helpt bij het vinden van een baan. Toen ik hier net aankwam, moest ik een week wachten tot er een baan voor mij gevonden was, maar na die week heb ik dan ook wel echt een topbaan toegewezen gekregen. Ik zit nu op de trekker op een bananenplantage. Ik rijd met een lege trailer achter de trekker, stapvoetgewijs mee met de banana humpers (de mannen die de trossen van de bomen halen), zodat zij dan de trossen in mijn trailer kunnen leggen. Het enige wat ik dus echt moet doen, is lichtelijk mijn nek breken door de hoeveelheid achteruitkijken die ik doe om ervoor te zorgen dat ik niet te snel rijd en de trailer op één lijn houdt met de achterste humpers. Ik kan je vertellen: het leven kan echt een stuk slechter.

De meeste mensen in het hostel doen werk binnen, dingen zoals sorteren of inpakken. Ik kan je vertellen: als je de hele dag met je koppie boven de bananen hangt en dezelfde handeling moet uitvoeren, dan is dat echt niet grappig. Het enige nadeel wat ik buiten heb is de warmte, maar op zich trek ik het nog best prima. De afgelopen week hadden we hier een hittegolf en nog heb ik het met 37 graden en volle zon volgehouden om van 7 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags op de trekker te zitten.

De eerste dagen waren wel echt een hel, moet ik toegeven. Je bent nog niet gewend aan de hele dag buiten actief zijn in deze hitte, en dit werk is gewoon zo anders dan wat ik altijd heb gedaan. Ik heb namelijk altijd mijn baantjes gekozen omdat het mij leuk leek om te doen. Ik werk voor plezier en niet omdat ik geld moet verdienen. Tuurlijk, we werken allemaal voor geld, maar ik vind niet dat omdat je geld moet verdienen, je jezelf dan maar moet overgeven aan een baan die je haat en waar je dus totaal geen plezier uit haalt.

Deze baan? Een volledige 180 graden. De mensen praatten de eerste paar dagen gewoon niet tegen me. Wat ik nu heel goed begrijp: iedereen is daar om te werken, meer niet, plus iedereen is moe door de hitte. Maar zelfs de backpackers zeiden niets tijdens de pauzes, echt 0,0. Dus dat ontmoedigde mij echt enorm de eerste paar dagen. Hoe overleef je werk waar je geen plezier uit haalt? Want laten we eerlijk zijn: dom stapvoetgewijs op de trekker rijden is ook niet heel plezierig of bijzonder of zo. Maar na een paar dagen heb ik mijn mindset om weten te zetten. Ik ben er nu puur voor het geld en al het plezier wat ik eruit haal is mooi meegenomen. Zodra ik thuiskom van werk heb ik genoeg gezelligheid om mij heen.

Want ja, het hostel is ondertussen wel echt een topplekje. Ook hier was het even wennen en moeilijk om in te komen. Ik slaap in de enige kamer die eigenlijk een koppelkamer is. Er zijn vier cabines in mijn kamer waar een tweepersoonsbed in staat en ik slaap in de ruimte in het midden in mijn stapelbedje. Een hele lekkere kamer voor de privacy, maar niet ideaal om vrienden te maken, dus dat moest ik echt beneden doen. En dat is nou eenmaal lastig als iedereen elke dag lekker naar werk gaat vanaf 5 uur ’s ochtends en terugkomt, eten maakt en zijn of haar bedje gelijk in duikt. Maar ik ben hier nu zo’n twee weken en ik heb al zo’n grote groep vrienden ontwikkeld. Het is mij toch weer gelukt!

Ik blijf het leuk vinden hoe je, wanneer je nieuwe mensen ontmoet, ook weer nieuwe dingen leert. Ik kan schaken, ik ben gaan hardlopen, ik eet nog elke dag nieuwe dingen en ik hou van nieuwe talen leren. Het is zo leuk dat mensen altijd iets met zich meebrengen wat in een ander land volledig onbekend kan zijn, of dat nou fysiek is of niet. In het hostel zitten vooral Japanse mensen en Fransen, dus de eerste paar dagen ben ik opgetrokken met een paar Fransen die mij hebben leren schaken. Een paar dagen later kwam ik erachter dat er ook wat Nederlanders hier zitten, welgeteld twee op dat moment. Wat toch fijn is: af en toe even terug kunnen schakelen.

Met deze nieuwe vrienden ben ik in de eerste week naar een rodeo-event geweest hier in Tully. Hoe gaaf! Een rodeo vind ik zoiets Amerikaans. Ook weer zoiets nieuws; volgens mij is dit nou niet bepaald iets wat wij in Europa doen. Maar dit was echt wel heel ziek om mee te maken. Het was wel echt een trage start, maar dat komt vooral omdat wij daar aankwamen bij de begintijd. En een rodeo op zaterdag houdt natuurlijk gewoon in: een beetje naar bullriders kijken en keihard zuipen tot laat in de avond. Dus toen wij aankwamen om 5 uur was de helft van de mensen nog lang niet aanwezig en zat de sfeer er nog niet echt in. Dit was wel de perfecte plek om de mensen die ik had ontmoet beter te leren kennen en echt vrienden te worden. Einde van de avond was meer dan de helft van de groep waarmee ik was afgedropen, maar zat ik met nog twee anderen keihard te juichen en onszelf voor paal te zetten. Topavond!